Avatarvlokslak

Aeolidiella avatar Carmona, Martín-Hervás, Pola, Gosliner & Cervera, 2026

Species
Aeolidiella avatar
Genus
Aeolidiella
Family
Aeolidiidae
Superfamily
Aeolidioidea
Suborder
Aeolidina
Order
Nudibranchia
Superorder
Nudipleura
Subterclass
Ringipleura
Infraclass
Euthyneura
Subclass
Heterobranchia
Class
Gastropoda
Phylum
Mollusca
Kingdom
Animalia
Superdomain
Biota
Aeolidiella avatar
Avatarvlokslak © Peter H. van BRAGT
Aeolidiella avatar
Eikapsel © Peter H. van BRAGT
Kleine soorten zeeanemonen
Kleine soorten zeeanemonen © Peter H. van BRAGT

Lengte

Max. ca. 45 mm.

Opmerking 

In 2026 heeft een wetenschappelijke publicatie van Carmona et al. en aanvullend Nederlands DNA-onderzoek, onze inzichten in de samenstelling van de Nederlandse kleinere soorten vlokslakken volledig verandert. In deze publicatie is de Avatarvlokslak Aeolidiella avatar, als nieuwe soort beschreven. In combinatie met DNA-onderzoek, uitgevoerd door het ARISE-team van Naturalis Biodiversity Center in Leiden, van in Nederland verzamelde exemplaren van kleine soorten vlokslakken weten we nu dat tenminste veel van de waarnemingen van voor 2026 van de Kleine vlokslak A. glauca deze nieuwe soort betroffen: de Avatarvlokslak A. avatar.  Waarnemingen van voor 2026 van de Verborgen vlokslak A. sanguinea zijn achteraf, op basis van DNA-data, gecorrigeerd naar de Kleine vlokslak A. glauca, zoals beschreven in Carmona et al., 2026.

Karakteristieke kenmerken

Relatief smalle slak. Voet, met veel witte pigmentvlekjes langs de rand, is breder dan de rug. Onderhuids, in de top van de cerata zijn de grijzige cnidosacs goed zichtbaar, en in de voorste cerata zijn deze meestal kleiner dan 1/3de van de lengte van deze cerata. De voorste cerata staan tot net naast de rhinoforen. De meeste cerata steken lateraal naar buiten uit. De kopuitsteeksels zijn meestal zonder, of hooguit met zeer licht gelig of oranje pigment gevuld.

Kan verward worden met

De andere kleine soorten vlokslakken: Kleine vlokslak Aeolidiella glauca met een vergelijkbaar, maar meestal meer slordig afgezet eiersnoer. De Gekraagde vlokslak A. alderi met een karakteristiek en onderscheidend eiersnoer. De West-Europese Verborgen vlokslak A. sanguinea waarvan de aanwezigheid in de Nederlandse kustwateren nog niet met zekerheid is aangetoond. Juvenielen kunnen mogelijk ook verward worden met juveniele exemplaren van de grotere soorten vlokslakken: Grote- Aeolidia papillosa en Gekrulde vlokslak A. filomenae. De Kleine-, Avatar- en Verborgen vlokslak zijn op foto en onderwater vaak lastig tot niet te onderscheiden: waarnemingen die niet met zekerheid tot op de soort gedetermineerd kunnen worden mogen geregistreerd worden als behorende tot het Kleine vlokslak-complex.

Andere kenmerken

Behoort tot de orde Nudibranchia: de echte naaktkieuwige zeenaaktslakken. Lengte tot 45 mm. Voorrand van de voet met korte spitse uitstekende punten. Koptentakels en de rhinoforen zijn intrekbaar, glad en ongeveer even lang. Op de zijkanten van de kop, staan er cerata voor de rhinoforen. Zonder cerata op de centrale rug. De voet eindigt met een smalle, spitse staart, zonder cerata, die ver voorbij de laatste cerata uitsteekt. Vlak achter de rhinoforen zijn de ogen duidelijk zichtbaar, als twee kleine zwarte puntjes.

Kleur

Lichaam semitransparant wit, bleekgeel tot grijs, soms met een oranje waas. Wit pigment op de uiteinden van koptentakels en rhinoforen. Zonder pigmentkap op de punten van de cerata.

Eieren

Een dunne, ronde, witte draad met weinig insnoeringen. Wordt meestal op vlak substraat afgezet, in een vlakke, enigszins regelmatig linksgedraaide spiraal, met tot 4-5 windingen. Kan verward worden met de eiersnoeren van de Kleine vlokslak Aeolidiella glauca, dat echter meestal veel slordiger en met meer insnoeringen wordt afgezet.

prooi

Zeeanemonen, Actiniaria: Gewone slibanemoon Cylista troglodytes, Golfbrekeranemoon Diadumene cincta en andere soorten kleine zeeanemonen.

Endo- en Ectoparasieten

Er zijn waarnemingen bekend van enkelvoudige infecties met ectoparasieten Doridicola agilis aff. en endoparasieten Splanchnotrophidae sp. uit zowel de Oosterschelde als het Grevelingenmeer. Ook zijn er zeldzame waarnemingen bekend van dubbelinfecties met beide soorten parasieten.

Seizoen trend

Een jaarlijks waargenomen soort, die het gehele jaar aangetroffen kan worden. Meeste waarnemingen van slakken en eiersnoeren zijn van het voorjaar tot in het najaar. Elders in Europa met dezelfde trend.

Verspreiding in Nederland

Waarschijnlijk is de eerste Nederlandse waarneming van Den Helder, in 1949, maar die is toen mogelijk geregistreerd als Kleine vlokslak A. glauca. Lokaal algemeen. De soort wordt het meest in de Zeeuwse Delta aangetroffen in gebieden met weinig of geen stroming. In grotere aantallen in het Grevelingenmeer, minder in de Oosterschelde. Zelden in het Veerse Meer en Westerschelde. Ook waargenomen in de Noordzee. Niet in het Haringvliet of aangespoeld op de Noordzeestranden. Sinds 2021 is het aantal waarnemingen in het Grevelingenmeer aan het afnemen en sinds 2024 is de soort daar niet meer waargenomen. Zie ook de bovenstaande opmerking.

Verspreiding in Europa

Sinds de publicatie van Carmona et. al., 2026, zijn er met DNA-data geverifieerde waarnemingen van deze soort uit tenminste Noorwegen, Zweden, Schotland en Nederland. Mogelijk komt de soort ook voor in andere landen waar voor de publicatie uit 2026 de Kleine vlokslak Aeolidiella glauca werd geregistreerd: Faeröer, Groot-Brittannië, Ierland, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Portugal. Zie ook de bovenstaande opmerking.